Vlaamse rioolpatiënt is zwaar ziek

“Vlaamse rioolpatiënt is zwaar ziek”

Het Vlaams rioleringsnet is verouderd en dringend toe aan renovatie. Vele rioleringen verkeren in slechte toestand. Dat bleek op 17 januari uit een reportage van het vtm-programma Telefacts. De programmamakers gingen voor een stand van zaken te rade bij Incafin nv, een bedrijf uit Kortrijk dat gespecialiseerd is in betonbescherming, waterdichting, rioolrenovaties en betoninjecties. “We hebben aan dit programma meegewerkt om aan te tonen dat er geen doeltreffend beleid wordt gevoerd in Vlaanderen. We trekken al 25 jaar aan de kar om het beleid te sturen, maar jammer genoeg zonder succes”, zegt Vincent Coolsaet, gedelegeerd bestuurder van Incafin nv. Hij schreef een opiniestuk over dit onderwerp dat we u niet willen onthouden.

In het kader van een duurzaam en maatschappelijk verantwoord beleid kan de opmaak van een volledig en duidelijk Gemeentelijk Rioleringsplan ( GRP ) niet langer uitblijven. In het GRP staat op welke wijze de gemeente de zorgplicht invult. Een efficiënt beleid start met het opzetten van een duidelijk rioolrenovatieplan. Het goed beheer van rioleringen is de jongste jaren maar al te vaak een begrip geworden waar de mond van vol is maar waarvoor de moed ontbreekt. Wil men erger voorkomen dan moet dringend worden ingegrepen. Zich verbergen achter het feit dat meer financiële middelen hier enkel soelaas kunnen bieden, is een slecht excuus. Rioolbeleid is niet alleen een kwestie van financiële middelen, maar veelal een kwestie van een goed beleid en het stellen van de juiste prioriteiten. Onze buurlanden Duitsland en Nederland doen het beter.

Krachtlijnen

In 1996 werd de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen, individuele voorbehandelingsinstallaties en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties opgemaakt. De ‘Nieuwe Richtlijnen voor het ontwerp en de berekening van rioolstelsels in Vlaanderen’ dateren van 1987. We moeten echter vaststellen dat in de richtlijnen van 1996 en 1987 niets is opgenomen over het instandhouden van de riolering. Vlarem II vermeldt evenmin in zijn ‘sluitende beleidsvisie inzake rioleringsbeleid’ waaraan oudere rioleringen moeten voldoen voor het goed blijven functioneren. Wanneer moet worden ingegrepen en hoe rioleringsstelsels moeten worden onderhouden en welke maatregelen genomen moeten worden, is niet duidelijk. Mij lijkt het evident dat over het onderhoud en instandhouden van dit kostbaar ondergronds patrimonium dringend meer duidelijkheid moet komen.

Een duidelijke richtlijn met wetgevend karakter inzake onderhoud van ons rioleringsstelsel bestaat niet en dringt zich bijgevolg op. Het is uiteraard enkel zinvol een richtlijn inzake rioolbehoud en rioolrenovatie uit te werken wanneer bij het niet naleven van deze richtlijn sancties worden getroffen. De verantwoordelijkheid voor het nalaten van de opvolging voor “het goed beheer en onderhoud ( instandhouding ) van het rioleringsstelsel” moet worden toegewezen aan de bevoegde instanties. Alles begint met een goede camera-inspectie met reiniging vooraf van het rioleringsstelsel en dit op regelmatige basis, zodat tijdig gebreken kunnen worden vastgesteld.

Riolen van vorige eeuw

De overgrote meerderheid van onze rioleringen in steden en gemeenten dateren uit het midden van de vorige eeuw. De aanleg van de meeste rioleringen dateert van de periode tussen 1946 en 1970. Heel wat rioleringen zijn zelfs een eeuw oud. Zoals elke constructie moet ook een riool worden onderhouden. Dit gebeurt vandaag in onvoldoende mate, met als het gevolg dat vele riolen instorten. De kosten beperken zich dan niet tot het herstellen van de riool of kapotte leiding, maar er moet ook geld vrijgemaakt worden voor het afvoeren van het puin, de grondaanvoer, het opnieuw stabiliseren van de omhulling rond de vernieuwde buis en het aanleggen van het wegdek.

Met moet dan hierbij nog vaststellen dat dit uiteindelijk een pleister op een houten been is wanneer zich naast de herstelde riolering binnen de kortste tijd opnieuw een verzakking voordoet. Er moet dus dringend werk gemaakt worden van het vastleggen van een vast percentage van het geheel van rioleringswerken voor het renoveren van de rioleringen. Er bestaan innovatieve methoden om rioleringen te renoveren. Rioolrenovatietechnieken hebben de voorbije jaren reeds hun degelijkheid bewezen en zijn bovendien een veel goedkoper alternatief dan het “oplappen” of uitbreken van de ingestorte riool.

Bovendien biedt een globale aanpak om de riolering te renoveren met rioolrenovatietechnieken een degelijke oplossing met een duurzaamheid van 70 jaar. De kennis bij de beleidsmakers en overlegplatformen ontbreekt vaak of is verouderd. Men kan zich nauwelijks voorstellen dat men in tijden van besparing het zo ver heeft laten komen. Heel wat onderzoekscentra, waaronder het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw ( OCW ), stellen het als volgt: “Vlaanderen heeft ondergronds een gigantische hypotheek en ooit zullen we de rekening betalen”, einde citaat. Het  kan niet zijn dat onze beleidsmakers hiervoor hun ogen sluiten.

Beheer en onderhoud

Het spreekt voor zich dat met actuele, juiste gegevens en een volledige rioleringsdatabank, de basis voor een verantwoord rioleringsbeleid, niet langer kan gewacht worden. Hieraan moeten acties gekoppeld worden en daarvoor moeten uiteraard voldoende financiële middelen vrijgemaakt worden. We moeten jammer genoeg vaststellen dat riolen nog altijd ontworpen worden zonder een actueel globaal plan dat gebasseerd is op recente gegevens. Vakorganisaties dringen er al sinds 1994 op aan om hier snel werk van te maken. Als je weet dat het Belgisch rioleringsnet meer dan 40.000 km lang is, lijkt dit naar mijn bescheiden mening de moeite waard om de oefening te maken. Wachten tot de buis instort, waarna men de buis lokaal vervangt, is geen optie. De tijdwinst die gemaakt wordt door het toepassen van een sleufloze rioolrenovatietechniek past perfect in het minderheidsbeleid.

Rioolbeheer in de buurlanden

Nederland heeft een rioleringsnet van 111.000 km. In Nederland heeft men in tegenstelling tot Vlaanderen een duidelijk rioleringsbeleid. Men gaat ervan uit dat de levensduur van een riool 60 tot maximum 70 jaar bedraagt. In de praktijk wil dit zeggen dat een leiding die werd aangelegd in 1960 in 2020 aan vervanging toe is. Voor de financiering voor de de vervanging van deze riool na 70 jaar bestaan twee financieringsmogelijkheden:

  • Een jaarlijkse rioolheffing ( in voege  sinds 1985 ), een verplichte bijdrage voor alle inwoners, wordt berekend op basis van de totale kostprijs voor de vervanging van de riool na 70 jaar. De gemeente moet dan na 70 jaar deze middelen uitsluitend aanwenden voor het vervangen van deze riool;
  • Op basis van een tienjaarlijkse grondige camera-inspectie, waarbij men jaarlijks 10% van het rioolstelsel inspecteert, wordt de vermoedelijke restlevensduur van de riool bepaald. Op basis van deze restlevensduur wordt vastgelegd wanneer en hoeveel middelen beschikbaar moeten zijn voor de vervanging.

De Nederlandse gemeentes zijn vrij om één van beide systemen toe te passen.

De jongste jaren wordt steeds vaker gekozen voor renovatie. Als men het volledige kostenplaatje bekijkt, is renovatie tot de helft goedkoper dan het vervangen van een oude riool. Men heeft ingezien dat wanneer men kiest voor renovatie men met dezelfde middelen meer kan realiseren in dezelfde tijd dan wanneer men de riool vervangt. Vroeger werd enkel aan renovatie gedacht wanneer het niets anders kon, bv. wanneer leidingen onder een gebouw door lopen. Men had geen vertrouwen in rioolrenovatietechnieken. Dat was vooral te wijten aan een gebrek aan kennis. Inmiddels hebben deze technieken bewezen dat vervanging niet altijd noodzakelijk is en men minstens een gelijkwaardige duurzaamheid kan garanderen.

De budgetten tot en met 2015 voor het sanere van het rioleringsnet liggen in Nederland al vast. Een percentage van het totale budget wordt vandaag reeds aangewend voor het inspecteren, saneren of renoveren van de rioleringen. Dit resulteert in een beter, betrouwbaarder en een meer verantwoord rioleringsbeleid. Men verwacht dat jaarlijks 10% meer middelen worden vrijgemaakt voor het saneren en renoveren van rioleringen in plaats van de riolering te vervangen. De volgende stap in het beheer van de rioleringen is dat men een systeem van “asset management” wil opzetten om zo bewuster om te gaan met de financiële middelen. Het is de bedoeling om meer in termen van “risico denken” de rioleringen te beheren: bewuster en realistischer omgaan met het beheer van rioleringen waarbij kansberekening zal worden toegepast dat een riool zou kunnen instorten. Het is de bedoeling daar waar een reëel instortingsgevaar bestaat, dat bovendien hinder zou kunnen veroorzaken, eerst aan te pakken. De beleidsmensen moeten hierbij worden betrokken.

Duitsland heeft een rioleringsnet van 510.000 km. Ook hier heeft Vlaanderen een voorbeeld aan te nemen. Jaarlijks wordt in Duitsland 1.6 miljard EUR geïnvesteerd ( nog voorzien tot 2015 ) voor de instandhouding en renovatie van hun rioleringsnet. 35% wordt jaarlijks aangewend voor het inspecteren, reinigen en saneren van de rioleringen.

De visie van Duitsland is duidelijk: men streeft ernaar de financiële middelen, die deels van rioolheffingen komen, optimaal in te zetten. Eén derde van het totale budget voor het beheer van rioleringen in Duitsland wordt aangewend voor nieuwbouw, één derde voor het herstellen en repareren van gebreken en één derde voor renovatie. In Duitsland gaat men ervan uit dat over het volledige rioleringsnet jaarlijks 20% moet worden gerepareerd.

Onder repareren verstaat men het oplossen van calamiteiten, onafhankelijk van de ouderdom van de riolering. Calamiteiten zijn bv. barsten die ontstaan in de leiding door verzakkingen, aanpassingen aan de riolering door een nieuwe vuilwaterleiding die op de hoofdleiding moet worden aangesloten, ...

Uit wat voorafgaat kan men alleen maar afleiden dat er in België geen rioolrenovatiebeleid bestaat omdat hierover geen duidelijke richtlijnen bestaan. Bijgevolg kunnen geen prioriteiten worden gesteld en is de inhoud van ons beheer “het blussen van brandjes”.

Elke visie ontbreekt, waardoor het rioleringsstelsel steeds meer degradeert, wat zorgt voor steeds hoger oplopende kosten. Hier moet dringend werk van worden gemaakt. Onze beleidsmakers moeten inzien dat een dergelijke kostbaar ondergronds patriomonium op een kwaliteitsvolle en duurzame manier zoals een goede huisvader moet worden beheerd.

Klik hier voor het volledig artikel