Riorama 05

Vlaanderen telt 30.000 km riolering, met een totale waarde van ongeveer 15 miljard euro. Als we ervan uitgaan dat deze een levensduur heeft van 50 jaar, komt dit neer op een jaarlijkse investering van 300 miljoen euro (15 miljard verspreid over 50 jaar). Met een jaarlijkse inflatie van 2% (1,0250 = 2,69) wordt dit bedrag met factor 2,5 verhoogd. “De huidige inspaningen van de Vlaamse regering zijn ontoereikend om alles adequaat te onderhouden,” stipuleert ing. Jan Masyn van rioolrenovatiebedrijf Incafin.

Rioolrenovatie in Vlaanderen, meer dan ooit een must
De Vlaamse regering kondigde onlangs (eind december 2013) aan de investeringssubsidie tot 138 miljoen euro te verhogen, inclusief de bovengemeentelijke projecten.

Ing. Jan Masyn (Incafin): “Die investering is lovenswaardig, maar ruim onvoldoende om onze huidige infrastructuur te onderhouden, laat staat uit te breiden. Deze uitbreidingen zijn nochtans door Europa opgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Het lijkt er sterk op dat de beleidsverantwoordelijken geen lessen hebben getrokken uit de recente veroordeling door het Europees Hof, waarbij ons land een boete van 10 miljoen euro moet betalen omdat sinds 1998 vervuild stedelijk afvalwater in kwetsbaar gebied werd geloosd. Het heeft geen zin te kibbelen over wie die zal betalen, we moeten tot actie overgaan. De kaderrichtlijn vraagt nu eenmaal dat alle oppervlaktewater en grondwater tegen 2015 in een goede toestand moet zijn. Recent rapporteerde de VMM (Vlaamse Milieu Maatschappij) dat deze toestand nog veraf is: minder dan één op vijf Vlaamse waterlichamen halen de biologische doelstellingen. Het gemotiveerde uitstel om te voldoen zal dus zeker nodig zijn.” 

Inventarisatie
Incafin meent dat de vrijgemaakte middelen onvoldoende zijn om alle huidige problemen nu aan te pakken. Jan Masyn: “Daarom moet er dringend een inventarisatie gemaakt worden van de te repareren riolen aan de hand van de belangrijkste parameter, met name de kritische factor.

Deze parameter is de kans op falen, vermenigvuldigd met de gevolgschade. De kans op falen wordt onder meer bepaald door de restleeftijd, de infrastructuurtoestand, de verkeerslasten, de zettingsgevoeldigheid, de bouwwijze, het type afvalwater, enzovoort.”

De gevolgschade kan ingedeeld worden in verschillende categorieën zoals economische schade, ecologische schade en/of maatschappelijke schade.

Onderhoud
Exploitatielasten vertegenwoordigen niet enkel de investering, ook het nodige onderhoud moet gebeuren. Jan Masyn: “Dit komt neer op ongeveer 6% van de investering. Net hier kan door innovatief beheer een significante besparing gerealiseerd worden. Als we ervan uitgaan dat in 50 tot 75% van de gevallen de riolering niet hoeft te worden vervangen, maar beter gerenoveerd (zie kader), en dat de kosten voor renovatie 30 tot 50% lager liggen dan bij vervanging, kan dit een besparing opleveren van 25 à 35% op de totale kosten.”

Verder zorgt een goed beheerd stelsel ook voor een daling in de exploitatiekosten: er zijn minder reinigingen, inspecties en reparaties nodig. Dit kan een indirecte besparing opleveren tot 10% op de exploitatiekosten. Jan Masyn: “Met andere woorden: renoveren levert besparingen op. Dit werd al bewezen door de universitaire studie van de PCI-groep in 2007 (zie tweede kaderstuk).”

Enorme evolutie
Bij Incafin vragen ze zich af wat de beleidsverantwoordelijken tegenhoudt om vele meer te renoveren. Jan Masyn: “Zijn het de kosten, de toepasbaarheid, de (on)bekendheid, de onzekerheid, de afschrijvingstermijnen of de restlevensduur,...? De producten die bij renovatie toegepast worden, hebben de laatste jaren een gigantische evolutie doorgemaakt en zijn vaak beter dan de nieuwe buizen. Neem daarbij nog dat de renovatiewerken een veel kortere doorlooptijd hebben en in vergelijking met vervangingsingrepen nauwelijks voor overlast zorgen, en je begrijpt de relevantie ervan. Als je het totaalplaatje bekijkt, realiseer je er bovendien bijkomend nog een reductie tot 75% en CO2-uitstoot mee. Het illustreert dat de verschillende overheden een rioolbeheerders de komende jaren nog voor een enorme uitdaging staan.”

Riolen vervangen, renoveren en/of repareren
De norm DIN EN752-2008 definieert vervangen als het produceren van nieuwe riolen met hetzelfde of een ander doel, waarbij de nieuwe faciliteiten functies zijn van de originele installaties.

Renovatie omvat de maatregelen om de huidige werking van de afvoerleidingen en het riool te verbeteren onder volledige of gedeeltelijke opname van het oorspronkelijk materiaal. Reparatie vertegenwoordigt de maatregelen om de plaatselijke begrensde schades op te lossen. 

Levensduur en kosten van sleufloze renovatie door relining
De renovatietechnieken, met in het bijzonder de kousmethode door middel van GVK, hebben een grote evolutie doorgemaakt. De modernste kousen zij met een glasweefsel versterkt en hebben een levensduur van meer dan 70 jaar ( gecertificeerd door een 20.000u –test en een test op weerstand tegen hogedrukreiniging en abrasie).
Een universitaire studie, uitgevoerd door de PCI-groep in 2007, berekende wat dit als effect heeft op de kosten op korte en op lange termijn. Hierin wordt een vergelijking gemaakt tussen vervangen, kousen met een levensduur van 50 jaar en kousen met een levensduur van 70 jaar.
De resultaten werden gebaseerd op een echt project met volgende levensduur:

  1. Kousrelining met levensduur van 50 jaar
  2. Kousrelining met levensduur van 70 jaar
  3. Open sleefse werken, met een levensduur van 80 jaar

Voorbeeld: Gemengd riool DN700 – beton – 3 strengen met een totale lengte van 120 met een diepte tussen de 2,6 à 3,7m

De investeringskosten worden als volgt geschat:

  • Sleufloos door middel van kousrelining : € 96000
  • Open sleufse werken: € 124.500

Evaluatie van de kosten (gerekend als lineaire afschrijving, met een kosten percentage van 6%)

  • Kousrelining met een levensduur van 50 jaar: € 127.064
  • Kousrelining met een levensduur van 70 jaar: € 113.202
  • Open sleufse werken: € 137.297

 

Klik hier voor volledig artikel